Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met Eritrese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend door de vermeende vader van eiseres, de referent. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres geen officiële documenten heeft overgelegd die haar identiteit aannemelijk maken.
Verweerder heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van bewijsnood, omdat Eritrese burgers in beginsel beschikken over identiteitsdocumenten en eiseres al meerderjarig was bij vertrek uit Eritrea. Daarnaast zijn er tegenstrijdigheden in verklaringen van de referent over militaire dienst en gezinssituatie. De overgelegde indicatieve documenten, zoals een UNHCR-registratie, doopakte en schoolrapporten, zijn onvoldoende overtuigend en niet vertaald.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid het standpunt mocht innemen dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de vaste gedragslijn van verweerder in nareiszaken in overeenstemming is met het arrest E. van het HvJ EU. Daarom is verweerder niet verplicht tot nader identificerend onderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit van eiseres en afwijzing van de aanvraag mvv-nareis.