Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“De huidige onderste extremiteitsklachten worden geïnterpreteerd als een combinatie van zowel restverschijnselen als gevolg van status na subarachnoïdale bloeding (‘94) vwb het rechterbeen als wel somatoforme klachten, passend bij het ernstige PTSS beeld in linker- maar waarschijnlijk ook in het rechterbeen.
[…]. Uit het rapport blijkt dat Annette niet meer om de in het verleden vastgestelde fibromyalgie heen kan, maar de klachten van betrokkene betreffende (oa) zijn benen en darmen beter onder SSS zou passen. Het zijn uitingen van zijn manier van omgaan met stress. Omdat dit reeds is gescoord mbv de WPC schaal heeft ze de score op subrubriek 10 laten vervallen. Er is dus geen functiestoornis in de benen en dus ook geen medische verklaring waarom hij niet in staat zou zijn om meer dan 100m lopend af te kunnen leggen, behoudens deconditionering. Dat is echter geen gevolg van een aandoening, maar van zijn coping. Er zijn dus wel te objectiveren beperkingen (je kunt zien dat hij maar beperkt kan lopen), maar dat is niet toe te schrijven aan een te objectiveren aandoening. SSS is inderdaad een betere beschrijving van de bij hem spelende problematiek dan fibromyalgie.”
.
Het gaat hier om zijn perceptie van beperkingen, niet om beperkingen die op een te objectiveren afwijking gestoeld kunnen worden. Er is, PTSS of niet, aan de benen namelijk geen sprake van enige vorm van een motorische beperking, anders dan de als rest na de CVA, waarvoor geen dienstverband is geaccepteerd. Pijn is bovendien een subjectief gegeven. […]”.
En [eiser] , is het al geregeld?” blijkt geen concrete toezegging. Ook uit zijn opmerking dat het schandalig is en eiser hem mocht benaderen als hij zijn hulp nodig had, kon eiser naar het oordeel van de rechtbank niet het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat hij in aanmerking kwam voor vergoeding van de aanschafkosten van beide rolstoelen. Zonder de context te kennen waarbinnen de opmerking is gedaan, wijst de rechtbank er nogmaals op dat het aan verweerder is voorbehouden te beslissen over aanvraag om een voorziening op grond van de Voorzieningenregeling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.