ECLI:NL:RBDHA:2021:8424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet-ontvankelijk beroep door ontbreken geldige ingebrekestelling
Verzoeker is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Nadat verweerder alsnog een beslissing nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. Verweerder weigerde de kosten te vergoeden vanwege het ontbreken van een geldige ingebrekestelling. De rechtbank stelde vast dat verzoeker ondanks herhaald verzoek geen geldige ingebrekestelling aan de rechtbank heeft gestuurd, waardoor het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro voldeed en niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Omdat het beroep nooit ontvankelijk was, kon het verzoek om proceskostenvergoeding niet worden toegewezen. De rechtbank besloot daarom het verzoek af te wijzen. Er was geen zitting nodig omdat de zaak eenvoudig was en op basis van de stukken kon worden beslist.
De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M. Bos op 10 juni 2021. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk was door het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.