ECLI:NL:RBDHA:2021:8137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep wegens tegemoetkoming en toewijzing proceskostenvergoeding
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een boetebesluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens niet tijdig inburgeren. Na het bestreden besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, heeft de minister laten weten alsnog aan de bezwaren tegemoet te komen.
Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken met het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, waarna deze bereid was de proceskosten en het griffierecht te vergoeden.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht als kennelijk gegrond beoordeeld en veroordeelt de minister tot vergoeding van € 748,- aan proceskosten en € 49,- aan griffierecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 28 juli 2021. Partijen zijn van de uitspraak in kennis gesteld en er is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 748,- en het griffierecht van € 49,-.