Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A. Hanna, de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die de uitzetting van verzoeker zou opschorten totdat op het lopende beroep in zaaknummer AWB 20/5904 was beslist.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er geen aanleiding is om de gevraagde voorziening te treffen omdat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft al op 16 juli 2021 is beslist. Hierdoor is het verzoek kennelijk ongegrond.
Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht is het verzoek buiten zitting behandeld en afgewezen. De uitspraak is gedaan op 21 juli 2021 door voorzieningenrechter K.M. de Jager in aanwezigheid van griffier G. de Keuning.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.