Uitspraak
REchtbank den haag
1.[eiser 1]
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Den Haag
Eiseressen hebben een woning verkocht aan gedaagden met een ontbindende financieringsclausule die uiterlijk op 6 december 2019 ingeroepen moest worden. Gedaagden hebben dit pas op 10 december 2019 gedaan, waardoor de koopovereenkomst onvoorwaardelijk werd.
Gedaagden zijn vervolgens in verzuim geraakt door het niet tijdig stellen van de bankgarantie, waarna eiseressen een boete van 10% van de koopprijs vorderden. Gedaagden voerden persoonlijke omstandigheden aan en betwistten dat zij de makelaar tijdig hadden geïnformeerd, maar konden dit niet onderbouwen.
De rechtbank neemt de door eiseressen gestelde feiten als vaststaand aan en wijst het verweer van gedaagden af. De boete wordt niet gematigd omdat de omstandigheden voor rekening en risico van gedaagden komen en de boete niet buitensporig is.
Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €24.999,- plus wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €24.999,- boete plus rente en proceskosten wegens niet tijdig inroepen van de financieringsclausule.