ECLI:NL:RBDHA:2021:8038
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een aanvraag voor een asielvergunning voor bepaalde tijd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bestreden besluit dateert van 25 februari 2021 en is door de verzoeker aangevochten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting op 23 maart 2021, waarbij zowel verzoeker als verweerder vertegenwoordigd waren. Bij uitspraak van dezelfde datum is de hoofdzaak (zaaknummer NL21.3074) reeds behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker de beslissing op zijn asielaanvraag in Nederland mag afwachten, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tevens wordt bepaald dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en verzoeker de beslissing in Nederland mag afwachten.