Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder
Procesverloop
mr. [A] en [B] .
Overwegingen
Feiten
.De rechtbank dient nog wel te beoordelen of de aanslag berust op een redelijke schatting. Verweerder heeft de nalatenschap bij uitspraak op bezwaar en bijbehorende kennisgeving van 3 maart 2020 geschat op € 325.000. In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder deze schatting als volgt onderbouwd:
€ 177.795
€ 282.069 is niet onderbouwd door verweerder. Het moment van overlijden van erflater op [dag] 2017 ligt in tijd niet ver van het moment van de gebruikte gegevens die materieel zijn voor de schatting van verweerder, te weten 1 januari 2017. Omdat een onderbouwing achterwege blijft en het moment van overlijden dichtbij het moment van de gebruikte gegevens ligt, acht de rechtbank een schatting van € 325.000 niet redelijk. Op basis van de door verweerder verstrekte gegevens is naar het oordeel van de rechtbank een schatting van de waarde van de nalatenschap van € 282.069 redelijk. Een lagere waarde van de nalatenschap is door eiseres niet aangetoond. De door haar overgelegde brief van 6 maart 2017 van Axent Notarissen is daartoe onvoldoende.
€ 261.860 (€ 282.069 -/- € 20.209 vrijstelling).