Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
m. de aanvrager heeft niet eerst direct voorafgaand aan de aanvraag drie maanden zelf aantoonbaar gereageerd op het beschikbare woningaanbod, tenzij de aanvraag wordt afgedaan op grond van artikel 4:6.
c. de woningzoekende, zonder legitieme noodzaak, veelvuldig of uitsluitend reageert binnen een beperkter zoekgebied dan de hele regio Haaglanden.
op zichzelf staandesituaties" (cursivering van de rechtbank) volgt dat in de genoemde situaties, waaronder een te kleine woning en de slechte staat ervan, in combinatie met andere factoren wel sprake kan zijn van een urgent huisvestingsprobleem. In dit geval is eiseres te klein gehuisvest, is de woning in een slechte staat en spelen daarnaast nog andere (medische en psychische) factoren. Dat bij eiseres geen sprake is van een GGD-advies, zoals wel het geval was in de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2018, maakt dat niet anders. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij naar het samenstel van factoren heeft gekeken. Daarom heeft verweerder niet goed gemotiveerd waarom er in dit geval geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen drie weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.