ECLI:NL:RBDHA:2021:7880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing visum familiebezoek wegens coronareisbeperkingen
Eiseres, met de Iraanse nationaliteit, had een visum kort verblijf aangevraagd voor familiebezoek aan haar zoon in Nederland, maar haar aanvraag werd afgewezen vanwege onvoldoende aantoonbare doel en omstandigheden van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en twijfels over haar terugkeer. Daarnaast werd de aanvraag afgewezen op grond van de Visumcode vanwege de coronapandemie en de daarmee samenhangende reisbeperkingen die sinds 19 maart 2020 in Nederland gelden.
Tijdens de zitting erkende eiseres dat haar aanvraag gezien de geldende reisbeperkingen afgewezen moest worden en gaf zij aan geen visum meer te wensen, maar wilde zij vaststellen dat zij voldoende sociale en economische binding met Iran heeft voor toekomstige aanvragen. De rechtbank overweegt dat elke visumaanvraag op zijn eigen merites wordt beoordeeld en dat een eerdere afwijzing niet automatisch leidt tot een positieve beoordeling bij een volgende aanvraag.
Daarom ontbreekt het procesbelang voor het huidige beroep en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt de minister van Buitenlandse Zaken in de proceskosten van eiseres vanwege het niet-hoor geven over een nieuwe weigeringsgrond in het bestreden besluit. De kosten zijn vastgesteld op €1.496,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.