ECLI:NL:RBDHA:2021:7668
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging voor voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij referente in Nederland. De aanvraag werd op 16 januari 2020 afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en het bezwaar werd op 7 mei 2020 ongegrond verklaard. Eiser stelde dat hij en referente een duurzame en exclusieve relatie hebben en overlegde in beroep aanvullende bewijsstukken zoals WhatsApp- en Messenger-berichten, screenshots, verklaringen van collega’s en vrienden.
De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechter bij de beoordeling alleen rekening mag houden met feiten en omstandigheden ten tijde van het bestreden besluit en dat nieuwe bewijsstukken die na de aanvraag zijn ingediend niet mogen worden betrokken. Het was aan eiser om tijdig bewijs aan te leveren, wat niet is gebeurd. De overgelegde foto’s, vliegtickets en reisstempels boden onvoldoende inzicht in de relatie, die slechts momentopnames waren.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat er geen aanleiding was om nader onderzoek te doen of eiser en referente te horen. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de aanvraag terecht heeft afgewezen wegens het ontbreken van voldoende bewijs voor een duurzame en exclusieve relatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.