ECLI:NL:RBDHA:2021:7662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling beperkingen en arbeidsvermogen
Eiseres ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in april 2018 en werd in oktober 2018 toegelaten tot de ZW. Na een eerstejaarsbeoordeling van haar beperkingen door een verzekeringsarts werd geconcludeerd dat zij met een urenbeperking van 20 uur per week en diverse functionele beperkingen meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Verweerder beëindigde daarom de uitkering per 3 april 2020.
Eiseres maakte bezwaar en bracht aanvullende medische verklaringen in van haar behandelend psychiater, verpleegkundig specialist en ambulant hulpverlener, die stelden dat 20 uur werken te belastend zou zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) voerde een telefonisch onderzoek en dossierstudie uit en concludeerde dat de beperkingen en urenbeperking adequaat waren vastgesteld, waarbij rekening werd gehouden met de psychische belasting en begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was verricht, ook al vond het contact in de bezwaarfase telefonisch plaats. De medische stukken boden geen nieuwe inzichten die aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen. De arbeidsdeskundige had passende functies binnen de belastbaarheid van eiseres vastgesteld. De rechtbank benadrukte dat persoonlijke omstandigheden zoals zorg voor kinderen en relatieproblemen niet als ziekte of gebrek gelden bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 3 april 2020. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 3 april 2020 en verklaart het beroep ongegrond.