ECLI:NL:RBDHA:2021:7589
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij zijn verblijfsrecht is beëindigd en hij ongewenst is verklaard. Vervolgens heeft hij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld wordt met een verzoek dat wordt gedaan tijdens het beroep bij de rechtbank. Omdat de rechtbank inmiddels op het beroep van verzoeker heeft beslist, is er geen lopende procedure meer bij de rechtbank.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond beoordeeld en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.