ECLI:NL:RBDHA:2021:7542

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
16 juli 2021
Zaaknummer
AWB 20/2695
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak wegens ontbreken connexiteit

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 13 juli 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak. Verzoekster had verzocht om een voorlopige voorziening waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd bevolen de uitzetting van verzoekster op te schorten totdat op het beroep in de hoofdzaak zou zijn beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat op 2 juli 2021 reeds op het beroep in de hoofdzaak was beslist, zodat er geen aanleiding bestond om de gevraagde schorsing te treffen. Hierdoor werd het verzoek als kennelijk ongegrond beoordeeld.

Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek buiten zitting afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting is afgewezen omdat het beroep reeds was beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 20/2695
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoekster,

gemachtigde mr. L.I. Siers,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/2694 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoekster achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 2 juli 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 13 juli 2021.
Afschrift verzonden op: