ECLI:NL:RBDHA:2021:7538

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
16 juli 2021
Zaaknummer
AWB: 19/2995
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter een verzoek beoordeeld om de uitzetting van de verzoeker op te schorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist. Het verzoek was gericht op het voorkomen van uitvoering van de uitzetting zolang het beroep met zaaknummer AWB 20/101 nog niet was afgerond.

De voorzieningenrechter overweegt dat er geen aanleiding bestaat om de gevraagde voorziening te treffen, aangezien op 8 juli 2021 reeds op het beroep is beslist. Hierdoor is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.

Daarnaast wordt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, ter hoogte van € 748,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 174,-. De uitspraak is gedaan op 13 juli 2021 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier G. de Keuning.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer AWB: 19/2995
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

gemachtigde mr. L.I. Siers,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/101 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 8 juli 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
Verweerder wordt op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter,
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 748,- (zevenhonderdachtenveertig euro), te betalen aan verzoeker;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- (honderdvierenzeventig euro) aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 13 juli 2021.
Afschrift verzonden op: