Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.1. [eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[derde-partij], te [woonplaats] , vergunninghoudster,
Rechtbank Den Haag
Vergunninghoudster vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een derde woonlaag op haar woning, wat in strijd was met het bestemmingsplan dat maximaal twee bouwlagen toestaat. Verweerder verleende de vergunning op grond van artikel 2.12 Wabo en artikel 4 Bor Pro, waarmee afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is.
Eisers, buren van vergunninghoudster, voerden aan dat de vergunning ten onrechte als dakopbouw was gekwalificeerd en dat de schaduwhinder door de extra bouwlaag onaanvaardbaar was, waarbij verweerder de norm van twee bezonningsuren niet zou naleven. Tevens stelden zij dat eerdere vergunningen voor dakopbouwen onder andere voorwaarden waren verleend, waardoor het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de extra bouwlaag onder de reikwijdte van artikel 4 Bor Pro valt en dat de bezonning redelijkerwijs aanvaardbaar is, mede door bestaande schaduw van een nabijgelegen appartementencomplex. Eisers hadden onvoldoende onderbouwing geleverd om het bezonningsonderzoek te weerleggen. Het schrappen van voorwaarden over akkoord buren en schaduwhinder in het bestreden besluit was niet onzorgvuldig en viel binnen de heroverweging op grond van de Awb.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere vergunningen betrekking hadden op andere woningen, andere tijdstippen en afwijkende bouwplannen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de extra bouwlaag wordt ongegrond verklaard.