ECLI:NL:RBDHA:2021:7358

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
15 juli 2021
Zaaknummer
NL21.8310
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) nr. 603/2013artikel 13 Dublinverordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielverzoek op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank heeft op 2 juli 2021 de zaak behandeld en ter zitting uitspraak gedaan.

De rechtbank stelt vast dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiser. De Italiaanse autoriteiten hebben toegezegd het verzoek in behandeling te nemen conform de Europese asielrichtlijnen. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat hiervan moet worden afgeweken.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het klagen over de behandeling in Italië onmogelijk of zinloos is. Verweerder heeft terecht overwogen dat het aan eiser is om in Italië zijn rechten te doen gelden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-inhoudelijk behandelen van het asielverzoek is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.8310
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).

Procesverloop

Bij besluit van 31 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.8311, op 2 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen D. Legiag. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. [1]
2. Met de aanvaarding van het overnameverzoek met verwijzing naar artikel 13 van Pro de Dublinverordening hebben de Italiaanse autoriteiten toegezegd dat zij het asielverzoek van eiser in behandeling zullen nemen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet ervan uit worden gegaan dat zij dat zullen doen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Eiser heeft niet met documenten of verklaringen aannemelijk gemaakt dat hiervan moet worden afgeweken. Verweerder heeft daarbij terecht overwogen dat de lidstaten verplicht zijn om illegale vreemdelingen die het grondgebied van de lidstaten binnenkomen te registreren en dat het aan eiser is om hierover in Italië te klagen indien hij van mening is dat zijn rechten daarbij zijn geschonden. Met de opmerking dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de wijze waarop de Italiaanse autoriteiten met eventuele klachten omgaan, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat klagen voor hem niet mogelijk, dan wel zinloos zou zijn.
3. Hiermee, noch anderszins heeft eiser feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan verweerder redelijkerwijs had moeten besluiten tot inhoudelijke behandeling van de asielmotieven.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening (EU), nr. 603/2013.