ECLI:NL:RBDHA:2021:7357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor de overdracht aan Italië werd geschorst.
Later heeft de staatssecretaris de rechtbank geïnformeerd dat de eiser sinds 24 september 2020 is afgemeld uit de Basisvoorziening Vreemdelingen en met onbekende bestemming is vertrokken. Tevens is gebleken dat de eiser een asielverzoek in Duitsland heeft ingediend, dat is geweigerd.
De rechtbank concludeert dat de eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, mede omdat de gemachtigde geen contact meer met hem onderhoudt en de eiser niet heeft weersproken dat hij is vertrokken. Hierdoor ontbreekt een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de beoordeling.