Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
“dat hij al had laten doorschemeren welke richting die beslissing op zal gaan”. Verzoekster is van mening dat de rechter hiermee heeft getoond dat er sprake is van vooringenomenheid.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in twee civiele zaken. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter, die tijdens een zitting een voorlopige conclusie had gedeeld zonder verzoekster of haar advocaat in de gelegenheid te stellen te reageren.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster op de zitting van 6 mei 2021 op de hoogte was van de feiten waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd, maar pas ruim drie weken later, op 1 juni 2021, het verzoek schriftelijk indiende. Verzoekster was bijgestaan door een advocaat die bekend was met de procesregels.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend (tardief) en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Hierdoor kon geen inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek plaatsvinden. De beslissing werd op 12 juli 2021 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.