ECLI:NL:RBDHA:2021:7178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens ontbreken benodigde stukken
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring om een zelfstandige huurwoning te verkrijgen, mede vanwege zijn financiële situatie en de wens om zijn vijf minderjarige kinderen een veilige woonomgeving te bieden. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet alle relevante stukken had overgelegd, ook niet na een hersteltermijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was het verzoek buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht. De door eiser verstrekte gegevens waren onvoldoende om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen, onder meer omdat niet alle schulden in kaart waren gebracht en er geen betalingsregeling met alle schuldeisers was getroffen.
Daarnaast heeft eiser niet aangetoond dat hij in staat is de kosten van een zelfstandige woonruimte te dragen. Verweerder adviseerde eiser ook om te zoeken naar woningen buiten zijn huidige woonplaats vanwege de krapte op de sociale woningmarkt. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat er geen sprake is van een urgent woonprobleem zoals bedoeld in de Huisvestingsverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 22 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag urgentieverklaring blijft buiten behandeling.