ECLI:NL:RBDHA:2021:7166
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht na alsnog verlenen urgentieverklaring voor woning
Verzoekster, die lijdt aan een progressieve oogaandoening en zwanger is, vroeg een urgentieverklaring aan voor woningtoewijzing vanwege haar beperkte mobiliteit zonder lift in haar huidige woning. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af omdat verzoekster niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het actief reageren op woningaanbod.
Na het indienen van beroep en het overleggen van medische stukken verleende verweerder alsnog de urgentieverklaring. Verzoekster trok daarop haar beroep en verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de aanvraag eerder had moeten beoordelen op basis van de reeds bekende medische situatie en dat het niet aannemelijk was dat nieuwe stukken waren ingediend. Daarom werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €362,-.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar op 23 juni 2021. Verzoekster kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €362,- aan verzoekster.