Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De bewezenverklaring
datdaarvan
dewoning aan de [adres 2] , en
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
6.De straf en/of maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 6.914,10bestaande uit € 414,10 materiële schade en € 6.500,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 7.340,29bestaande uit € 840,39 materiële schade en € 6.500,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 1.000,00voor de benadeelde partij [slachtoffer 2] en
€ 1.000,00voor de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De vorderingen zullen voor dat deel
hoofdelijkworden toegewezen.
de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 23 oktober 2020 is ontstaan.
hoofdelijkde
verplichting op aan de Staat te betalen.
€ 1.000,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 23 oktober 2020 tot aan de dag waarop deze vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer genaamd
€ 1.000,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 23 oktober 2020 tot aan de dag waarop deze vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer genaamd
gijzelingbepalen op
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
38 UREN;
19 DAGEN;
hoofdelijktoe voor zover het de immateriële schade betreft voor het bedrag van
€ 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 23 oktober 2020 tot de dag waarop de vordering is betaald, en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 1.000,00aan de Staat te betalen, hoofdelijk en vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 3 oktober 2020 tot de dag waarop het bedrag is betaald, voor het slachtoffer
[slachtoffer 2];
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting;
hoofdelijktoe voor zover het de immateriële schade betreft voor het bedrag van
€ 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 23 oktober 2020 tot de dag waarop de vordering is betaald, en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 1.000,00aan de Staat te betalen, hoofdelijk en vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 23 oktober 2020 tot de dag waarop het bedrag is betaald, voor het slachtoffer
[slachtoffer 3];
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting;