ECLI:NL:RBDHA:2021:7139
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 juni 2021 behandeld.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.8223) is reeds een beslissing genomen, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 25 juni 2021 en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.