Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag een verzoek behandeld van een vreemdeling die schorsing van zijn uitzetting wilde bereiken. Het verzoek was gericht op het voorkomen van uitzetting totdat op het lopende beroep zou zijn beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep waarop het verzoek betrekking had, op 24 juni 2021 reeds was beslist. Hierdoor was er geen aanleiding om de gevraagde voorziening te treffen. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond beoordeeld en afgewezen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van de artikelen 8:81 en 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing bevestigt dat schorsing van uitzetting niet kan worden toegekend indien het onderliggende beroep al is afgehandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.