Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Somalische nationaliteit, werd op 1 juni 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd gebaseerd op een concreet aanknopingspunt voor een overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser voerde aan dat de gronden voor bewaring onvoldoende waren gemotiveerd en dat de zware grond onder 3a willekeurig werd toegepast, aangezien veel asielzoekers zonder paspoort of visum niet in bewaring worden gesteld. Daarnaast stelde hij dat de grond onder 3b niet kon worden gebaseerd op een vordering die niet in het dossier zat. De lichte gronden onder 4c en 4d werden betwist omdat het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en inkomen niet automatisch onttrekkingsgevaar zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat de zware grond onder 3a feitelijk juist was en dat de maatregel een ultimum remedium betrof. De lichte gronden onder 4c en 4d waren voldoende gemotiveerd door verweerder, die stelde dat het ontbreken van een vaste woonplaats en middelen van bestaan het risico op onttrekking en het onwaarschijnlijk maken van vrijwillige uitreis verhoogden.
Gezien de onderlinge samenhang van de gronden concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.