De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van handel in harddrugs, namelijk cocaïne en MDMA, gedurende de periode van 21 december 2018 tot en met 23 april 2019. De handel vond plaats in georganiseerd verband en op professionele wijze, waarbij verdachte als koerier optrad en gebruik maakte van een voertuig met een verborgen ruimte voor opslag van drugs en contanten.
Het bewijs bestond uit observaties van politie, telecomgegevens, een aanhouding van een koper, en een NFI-rapportage die de aard van de verdovende middelen bevestigde. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard zich schuldig te hebben gemaakt aan de handel en de werkwijze van de centrale deallijn bevestigd.
De rechtbank achtte de strafbaarheid van het bewezenverklaarde feit onbetwist en vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, mede vanwege de ernst van het feit en het georganiseerde karakter. De straf werd gelijkgesteld aan de duur van het voorarrest van 162 dagen, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het ontbreken van recidiverisico en de overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast werden de inbeslaggenomen verdovende middelen onttrokken aan het verkeer en bepaalde papieren pakketjes aan verdachte teruggegeven. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.