ECLI:NL:RBDHA:2021:7014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen besluit in de zin van de Awb bij ongedateerde brief over handhavingsverzoek carillon
Eiser heeft bij brief van 10 januari 2019 verzocht om handhaving tegen het gebruik van het carillon van de Grote Kerk op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Den Haag. Verweerder heeft daarop bij besluit van 22 maart 2019 op het verzoek beslist en vervolgens een ongedateerde brief gestuurd waarin werd verwezen naar dit besluit.
Eiser maakte bezwaar tegen de ongedateerde brief, maar dit bezwaar werd bij besluit van 7 juni 2019 niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Eiser stelde dat de brief tot onduidelijkheid leidde en vorderde een proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt vast dat de ongedateerde brief slechts informeert over het reeds genomen besluit van 22 maart 2019 en geen rechtsgevolg heeft. Hierdoor is geen bezwaar tegen de brief mogelijk en is het besluit tot niet-ontvankelijkheid terecht. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van onduidelijkheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen de ongedateerde brief wordt ongegrond verklaard.