ECLI:NL:RBDHA:2021:690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei ondanks boedelachterstand
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 februari 2021 de beëindiging van de schuldsaneringsregeling (WSNP) van schuldenaar, waarbij de vraag centraal stond of schuldenaar tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en of eventuele tekortkomingen aan hem konden worden toegerekend.
Tijdens de schuldsaneringsregeling ontstond een boedelachterstand van circa 3000 euro, waarvan ongeveer 1600 euro tijdens een periode van beschermingsbewind. De rechtbank stelde vast dat deze achterstand niet aan schuldenaar kon worden toegerekend, mede omdat de beschermingsbewindvoerder aansprakelijkheid afwees en er geen aanwijzingen waren van onrechtmatig handelen. Tevens werd erkend dat het gebruik van regiotaxi voor sociale contacten niet onredelijk was en mogelijk een correctie op het vrij te laten bedrag had kunnen rechtvaardigen.
Verder waren nieuwe schulden ontstaan bij Menzis en het CAK, die met betalingsregelingen werden afgelost. De rechtbank achtte deze tekortkomingen niet ernstig genoeg om de schone lei te weigeren. Alle overige verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling waren naar behoren nagekomen en geen schuldeiser had bezwaar gemaakt.
De rechtbank besloot daarom de schuldsaneringsregeling te beëindigen met schone lei, de vergoeding van de bewindvoerder vast te stellen op €3.291,32 en het vastrecht op €657, voor zover de boedel toereikend is. De regeling eindigt formeel op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend wordt.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met schone lei en stelt vast dat de boedelachterstand niet aan schuldenaar kan worden toegerekend.