ECLI:NL:RBDHA:2021:6896

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
5 juli 2021
Zaaknummer
AWB 21/2276
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen beëindiging duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan

Eiser had duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland, vastgesteld bij besluit van 19 januari 2010. Dit recht werd echter beëindigd bij besluit van 2 januari 2018, waartegen eiser geen rechtsmiddelen heeft aangewend, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

Op 22 juli 2020 diende eiser een aanvraag in tot inschrijving als EU-burger. Verweerder startte daarop een onderzoek en stelde bij besluit van 23 maart 2021 vast dat eiser geen rechtmatig verblijf meer had als gemeenschapsonderdaan, waarna de aanvraag werd afgewezen.

Eiser voerde in beroep aan dat het duurzaam verblijfsrecht niet ten einde was gekomen omdat het beëindigingsbesluit onterecht zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat dit bezwaar zich richtte tegen het eerdere, onherroepelijke besluit en niet tegen het huidige bestreden besluit. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het duurzaam verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/2276

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.A van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. Rikken).

ProcesverloopBij besluit van 16 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Het daartegen gemaakte bezwaar is in het besluit van 23 maart 2021 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij besluit van 19 januari 2010 is vastgesteld dat eiser duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Bij besluit van 2 januari 2018 is het rechtmatig verblijf van eiser beëindigd. Tegen dat besluit heeft eiser geen rechtsmiddelen gericht, zodat dat besluit in rechte onaantastbaar vaststaat.
2. Op 22 juli 2020 heeft eiser een aanvraag ingediend tot inschrijving als burger van de Europese Unie. Verweerder is op 15 oktober 2020 een onderzoek gestart naar het rechtmatig verblijf van eiser in Nederland. Bij het bestreden besluit heeft verweerder vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft als gemeenschapsonderdaan en daarom heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen.
4. Eiser heeft in beroep -samengevat- aangevoerd dat het duurzaam verblijfsrecht niet ten einde is gekomen nu verweerder dit bij besluit van 2 januari 2018 op onjuiste gronden heeft beëindigd.
5. De rechtbank overweegt dat het door eiser in beroep aangevoerde niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, omdat eisers stelling dat verweerder het duurzaam verblijfsrecht van eiser ten onrechte heeft beëindigd is gericht tegen het besluit van 2 januari 2018 en niet tegen het hier in geding zijnde besluit. Zoals hiervoor vermeld heeft eiser geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen het besluit en staat dat in rechte vast.
6. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat het beroep ongegrond is.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, op …….. openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.