ECLI:NL:RBDHA:2021:6820

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
5 juli 2021
Zaaknummer
NL20.19420 en NL20.19421
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor was dat Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de asielaanvragen.

Eerder werden voorlopige voorzieningen getroffen die overdracht aan Italië tijdelijk voorkwamen. Na opheffing van deze voorzieningen hebben verzoekers opnieuw voorlopige voorzieningen gevraagd. De voorzieningenrechter heeft nu geoordeeld dat de onderliggende beroepen ongegrond zijn verklaard, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn.

De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de onderliggende beroepen ongegrond zijn verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL20.19420 en NL20.19421

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoeker, V-nummer: [nummer 1], en

[naam 2], verzoekster, V-nummer: [nummer 2]
mede namens hun minderjarige kinderen
[kind 1]en
[kind 2]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. H. Toonders en mr. D. Berben).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 september 2019 (de bestreden besluiten) heeft
verweerder de aanvragen van verzoekers om verlening van een verblijfsvergunning asiel
voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor
verantwoordelijk is.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de
voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen, inhoudende dat zij
niet zullen worden overgedragen tot vier weken nadat op de beroepen is beslist (NL19.21646 en NL19.21648).
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken met nummers
NL19.21645 en NL19.21647, plaatsgevonden op 4 oktober 2019. Verzoekers zijn
verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Arabi. Verweerder
heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. Toonders.
Bij uitspraak van 10 oktober 2019 (NL19.21646 en NL19.21648) heeft de
voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoekers niet
mogen worden overgedragen aan Italië tot na bekendmaking van de uitspraak van de
rechtbank op de beroepen van verzoekers (NL19.21645 en NL19.21647).
Verzoekers hebben verzocht om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening.
Bij uitspraak van 6 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter de getroffen voorlopige voorzieningen opgeheven.
Verzoekers hebben op 9 november 2020 opnieuw verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend (NL20.19420 en NL20.19421).
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag (NL19.21645 en NL19.21647) heeft de rechtbank de beroepen waarop de verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben ongegrond verklaard. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De verzoeken worden als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.