ECLI:NL:RBDHA:2021:6809
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens onvoldoende gegevens voor urgentieverklaring
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring vanwege ernstige woonproblemen en gezondheidsklachten. Het college heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat onvoldoende gegevens, met name inkomensspecificaties van verzoekster en haar zus, zijn overgelegd.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd, maar de voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen. De zitting vond plaats via Skype, waarbij verzoekster, haar gemachtigde, de gemachtigde van het college en haar zus aanwezig waren.
De voorzieningenrechter motiveerde dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:5 Awb Pro de aanvraag mag buiten behandeling laten als niet aan de vereiste gegevens is voldaan, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad deze aan te vullen. Verzoekster heeft niet de gevraagde inkomensgegevens van haar zus kunnen overleggen, waardoor het college de aanvraag niet kon beoordelen.
De rechter wees erop dat bij overleg van de gevraagde documenten alsnog de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende overgelegde gegevens voor beoordeling van de urgentieverklaring.