Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 19 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure buiten behandeling gesteld. Daarnaast heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Overwegingen
Op 26 november 2019 heeft het FMMU alsnog vastgesteld dat eiser psychische klachten heeft, maar dat deze niet dusdanig ernstig zijn dat dit beperkingen zal opleveren bij het horen en beslissen. Het gehoor heeft toen niet aansluitend kunnen plaatsvinden. Het gehoor van 9 januari 2020 is geannuleerd op verzoek van de gemachtigde van eiser, omdat eiser niet in staat was om zelfstandig naar Aanmeldcentrum [locatie 1] te reizen.
Op 23 november 2020 is weer een FMMU advies uitgebracht, waarin is geconstateerd dat eiser gehoord kan worden, mits er rekening wordt gehouden met zijn psychische omstandigheden. Eiser is op 11 maart 2021 niet verschenen op de afspraak voor zijn gehoor. Op 30 maart 2021 is eiser wel verschenen, maar is door de medische dienst van het Aanmeldcentrum (AC) [locatie 2] geconstateerd dat eiser mentaal niet in staat was om te worden gehoord.
Op 17 april 2021 is wederom een FMMU advies uitgebracht, waarin is geadviseerd dat eiser in staat is te worden gehoord indien rekening wordt gehouden met bepaalde beperkingen. Op 4 mei 2021 is eiser wederom niet verschenen op het geplande gehoor. Daarop heeft verweerder, nadat een paar keer is geprobeerd met de gemachtigde van eiser contact op te nemen, op diezelfde dag het voornemen uitgebracht om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Eiser heeft op 13 mei 2021 zijn zienswijze daarover ingediend. Op 19 mei 2021 heeft verweerder onderhavig besluit genomen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;