ECLI:NL:RBDHA:2021:6627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Algerijnse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat Nederland de aanvraag wel had moeten behandelen wegens risico op indirect refoulement en gebrek aan kosteloze rechtsbijstand in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. Duitsland heeft via een claimakkoord gegarandeerd dat de asielaanvraag inhoudelijk wordt behandeld conform Europese richtlijnen. Het Duitse systeem van rechtsbijstand voldoet aan de Procedurerichtlijn en schendt geen fair trial of effective remedy. Eiser kon onvoldoende aannemelijk maken dat er een reëel risico op indirect refoulement is bij overdracht aan Duitsland.
Ook was niet gebleken dat eiser bijzonder kwetsbaar is en dat aanvullende garanties voor opvang en gezondheidszorg nodig zijn. Verweerder hoefde zijn discretionaire bevoegdheid niet te gebruiken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.