ECLI:NL:RBDHA:2021:6624

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
29 juni 2021
Zaaknummer
AWB 20/6044
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2008/115/EG
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen zelfstandig terugkeerbesluit en inreisverbod

Eiser, een Albanese nationaliteithebbende, werd bij besluit van 15 februari 2020 geconfronteerd met een zelfstandig terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar. Hij heeft daarop beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank constateert dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en dat er geen contact meer is tussen eiser en zijn gemachtigde sinds februari 2020. Hierdoor concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: AWB 20/6044

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. Ö. Sarac)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2020 is ten aanzien van eiser een zelfstandig terugkeerbesluit genomen en is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [Geb. datum] 1992 en bezit de Albanese nationaliteit.
2. Bij besluit van 15 februari 2020 is aan eiser een kennisgeving terugkeerbesluit [1] uitgevaardigd waarbij is bepaald dat eiser de Europese Unie onmiddellijk dient te verlaten. Aan eiser is tevens een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
3. Uit de stukken blijkt dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland en nimmer een hiertoe strekkende aanvraag heeft ingediend. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser schriftelijk verklaard op 4 juni 2021 dat hij geen contact heeft met eiser en hij niet weet of eiser nog in Nederland verblijft. De vorige gemachtigde zou voor het laatst met eiser contact hebben gehad toen eiser in februari 2020 in vreemdelingendetentie verbleef.
4. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier op 23 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan
binnenzes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 3 punt Pro 4 van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG)