ECLI:NL:RBDHA:2021:6545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege zijn bekering tot het christendom en de vrees voor vervolging bij terugkeer naar Irak. Hij stelde dat hij door zijn ouders verstoten was en vreest te worden gedood vanwege zijn geloofsafval.
Verweerder achtte het vertrek uit Irak wegens de algemene situatie geloofwaardig, maar vond de bekering tot het christendom ongeloofwaardig. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid aan de hand van drie elementen: motieven en proces van bekering, kennis van het nieuwe geloof en activiteiten binnen het geloof. Eiser kon onvoldoende concrete en samenhangende verklaringen geven over zijn bekering, kennis en geloofsbeleving.
Ook de verklaringen van derden werden meegewogen, maar deze konden de twijfels over de oprechtheid van de bekering niet wegnemen. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk christen is en dat zijn vrees voor vervolging daarom niet gegrond is.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de bekering tot het christendom.