ECLI:NL:RBDHA:2021:6518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onvoldoende vooruitzicht op verwijdering door geheugenverlies
Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en voert aan dat hij aan epilepsie en geheugenverlies lijdt, waardoor hij niet de benodigde gegevens kan verstrekken voor een terug- en overnameakkoord met Rusland. Hij overlegt een medisch dossier ter onderbouwing. De rechtbank constateert twijfel over de mogelijkheid van eiser om de benodigde informatie te verstrekken en beveelt een objectieve medische beoordeling.
Verweerder weigert deze opdracht uit te voeren en stelt dat het aan eiser is om medische bewijsstukken te overleggen. Uit het dossier blijkt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser daadwerkelijk toegang heeft tot een medisch specialist in detentie. De rechtbank weegt mee dat het geheugenverlies al in 2020 en 2021 is gemeld en dat verweerder geen andere uitzettingsmogelijkheden nastreeft.
De rechtbank concludeert dat er onvoldoende redelijk vooruitzicht op verwijdering is en verklaart het beroep gegrond. De maatregel van bewaring wordt met ingang van 8 juni 2021 onrechtmatig geacht en opgeheven. Tevens wordt een schadevergoeding van €800,- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en worden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is opgeheven wegens onvoldoende redelijk vooruitzicht op verwijdering door geheugenverlies van eiser.