ECLI:NL:RBDHA:2021:6427
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot teruggave van kat aan rechtmatige eigenaar en verbod op verzorging door buur
In deze zaak tussen twee buurtgenoten staat het geschil centraal over het eten geven en binnenhouden van de kat Felix. De verzoekster is de rechtmatige eigenaar van de kat, terwijl de medeverzoeker de kat in zijn woning laat en verzorgt. De medeverzoeker heeft de kat niet vrijwillig teruggegeven, ondanks eerdere verzoeken.
De procedure vond plaats onder het Procesreglement Project Wijkrechter bij de kantonrechter te Leiden. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. De kantonrechter oordeelt dat de verzoekster als eigenaar bevoegd is om de kat terug te eisen op grond van artikel 5:2 BW Pro, waarbij de bepalingen voor zaken ook van toepassing zijn op dieren volgens artikel 3:2a BW.
De kantonrechter veroordeelt de medeverzoeker om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de kat terug te geven, onder dreiging van een dwangsom van € 1.000. Tevens wordt een verbod opgelegd om de kat na teruggave nog in huis te laten, te voeren of aandacht te geven, met een dwangsom van € 100 per overtreding. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij de eigen kosten draagt. De kantonrechter benadrukt dat de wijkrechter beperkte mogelijkheden heeft om het conflict definitief op te lossen en dat begrip en rekening houden met elkaar essentieel zijn.
Uitkomst: De medeverzoeker wordt veroordeeld tot teruggave van de kat aan de rechtmatige eigenaar binnen 14 dagen en verboden de kat daarna te verzorgen of binnen te houden, met dwangsommen bij overtreding.