Het primaire besluit van 23 februari 2021 verleent vergunninghoudster een omgevingsvergunning voor het dempen van een dwarssloot op een perceel met een boomkwekerij. Verzoekers, die met boten gebruikmaken van de sloot, maken bezwaar omdat zij hierdoor zijn afgesneden van delen van het vaarslotengebied, wat leidt tot omzetschade en verlies van aantrekkingskracht voor rondvaarten.
De voorzieningenrechter overweegt dat de brief van 2 maart 2021 van het hoogheemraadschap, waarin wordt meegedeeld dat de alternatieve vaarroute voldoet aan de voorschriften van de watervergunning, als een besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt. Dit besluit wordt echter voorlopig niet geschorst omdat de feitelijke constateringen niet worden bestreden en de watervergunning onherroepelijk is.
Ten aanzien van het primaire besluit wordt vastgesteld dat het perceel de bestemming 'Agrarisch' heeft en dat het dempen van sloten zonder vergunning verboden is. Hoewel het primaire besluit onvoldoende gemotiveerd is, kan dit naar verwachting in bezwaar worden hersteld. De voorzieningenrechter volgt de Afdeling bestuursrechtspraak die oordeelde dat de alternatieve vaarroute voldoet aan de vereiste doorvaarbaarheid, ondanks praktische beperkingen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het dempen van de dwarssloot niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat de vergunning terecht is verleend. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.