Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Kroatië ingediend, dat door Kroatië was aanvaard.
Eiser voerde aan dat de Kroatische autoriteiten vreemdelingen aan de grens met geweld terugdringen ('push backs') en dat het asielsysteem in Kroatië gebrekkig is. De rechtbank oordeelde echter dat deze algemene informatie niet voldoende is om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat asielzoekers die via Dublin naar Kroatië worden teruggestuurd dezelfde behandeling ondervinden.
De Kroatische autoriteiten hebben expliciet ingestemd met de behandeling van de asielaanvraag van eiser en zich gebonden aan Europese richtlijnen betreffende opvang en medische zorg. Eiser heeft bovendien niet zelf een asielverzoek in Kroatië ingediend, waardoor zijn persoonlijke relaas onvoldoende is om te concluderen dat de procedure niet aan de eisen voldoet.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die de overdracht van eiser aan Kroatië onredelijk maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Kroatië verantwoordelijk is en er geen concrete aanwijzingen zijn dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt.