Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
G.S. en V.G.(ECLI:EU:C:2019:1072) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat bij het tegenwerpen van de openbare orde in gevallen waarin de Richtlijn 2003/86/EG (Gezinsherenigingsrichtlijn) van toepassing is, niet vereist is dat wordt vastgesteld dat de persoonlijke gedragingen van de vreemdeling een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen, maar dat wel een individuele beoordeling aan de hand van het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel moet plaatsvinden waarbij rekening wordt gehouden met de aspecten zoals benoemd in artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn.