ECLI:NL:RBDHA:2021:6161
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens niet-zelfstandige woonruimte en zelfoplossend vermogen woonprobleem
Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege medische problemen die een benedenwoning met obstakelvrije toegang vereisen. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat verzoekster woont in een jongerenwoning van het Leger des Heils, die formeel geen zelfstandige woonruimte is, en omdat zij haar woonprobleem zelf kan oplossen met hulp van het Leger des Heils en haar casemanager.
Verzoekster stelde dat zij wel zelfstandig woont en dat de bezwaarprocedure te lang duurt, waardoor zij een voorlopige voorziening nodig heeft. Ter zitting heeft zij haar medische situatie onderbouwd met verklaringen en medische stukken. Verweerder heeft toegelicht dat de woning een niet-zelfstandige jongerenwoning is en dat er afspraken zijn om haar uiteindelijk te laten doorstromen naar een passende woning zodra zij daartoe klaar is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder beoordelings- en beleidsruimte heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid om restrictief te zijn gezien de schaarste aan woningen niet onredelijk is. Ook is geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster in een niet-zelfstandige jongerenwoning woont en haar woonprobleem zelf kan oplossen.