ECLI:NL:RBDHA:2021:6138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid niet onterecht
Eiseres, die sinds januari 2017 wegens lichamelijke klachten als gevolg van een auto-ongeluk niet meer als kok kan werken, vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder weigerde deze uitkering per 30 oktober 2019 op basis van medische en arbeidskundige rapporten waarin haar arbeidsongeschiktheid op 21,44% werd vastgesteld. Na bezwaar en aanvullend onderzoek werd dit percentage bijgesteld naar 27,69%, maar bleef de uitkering geweigerd.
Eiseres betwistte de beoordeling, met name de onderwaardering van haar linkerschouderklachten en de geschiktheid van geduide functies. Zij overhandigde aanvullende medische informatie van een fysiotherapeut en voerde aan dat de WIA-regeling discrimineert tegen mensen met een laag inkomen. De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat de klachten, inclusief die aan de linkerschouder, voldoende waren meegenomen.
De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als adequaat beoordeeld, waarbij de functies passend werden geacht binnen de beperkingen. De rechtbank verwierp het discriminatieverweer omdat de WIA-uitkering een loondervingsuitkering is die rekening houdt met het inkomen. Geconcludeerd werd dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.