ECLI:NL:RBDHA:2021:611
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter in strafzaak verspreiding intieme filmpjes
In deze strafzaak werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter die de verdachte ondervroeg over het zonder toestemming verspreiden van intieme filmpjes van de benadeelde partij. De verzoeker stelde dat de rechter partijdig was vanwege opmerkingen over de aangeefster en de wijze waarop vragen werden gesteld.
De wrakingskamer beoordeelde de gronden en concludeerde dat de rechter in lijn met haar taak handelde en geen schijn van partijdigheid wekte. De rechter had aangegeven dat de zitting niet over de persoon van de aangeefster ging, maar over de verdachte, en dat de verklaring van de aangeefster in het kader van waarheidsvinding besproken kon worden.
Ook de vraag over wie de filmpjes mogelijk had verspreid, inclusief de kwalificerende term 'akelige/vervelende manier', werd niet als partijdig beoordeeld. De rechter had de verdachte de gelegenheid gegeven te reageren en had geen oordeel vooraf gevormd.
De wrakingskamer concludeerde dat geen van de aangevoerde gronden voldoende waren om de rechter te wraken en wees het verzoek af. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet zonder onderbreking.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.