Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten, verweerder
[derde-partij](vergunninghouder
), te Voorschoten.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten heeft verleend voor het plaatsen van een dakopbouw met een nokhoogte van 9 meter op een woning. Na eerdere afwijzingen van voorlopige voorzieningen heeft verzoeker opnieuw een verzoek ingediend, waarbij nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, waaronder een rapport van bouwkenners.nl dat twijfels uitte over de constructieberekeningen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de toetsing aan het Bouwbesluit een aannemelijkheidstoets is en dat het bevoegd gezag beoordelingsruimte heeft. Het rapport van bouwkenners.nl gaf geen duidelijkheid over de naleving van het Bouwbesluit, terwijl de constructeur Maters de Koning de berekeningen heeft aangepast en geconcludeerd dat de constructie aan de eisen voldoet.
Verder is het bezwaar tegen de wijziging van het type dakpannen niet voldoende om de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter concludeert dat geen sterke twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het besluit en dat het spoedeisend belang niet zodanig is dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt afgewezen.