ECLI:NL:RBDHA:2021:6043

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2021
Publicatiedatum
14 juni 2021
Zaaknummer
NL21.6984
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 9 DublinverordeningArt. 16 DublinverordeningArt. 17 Dublinverordening
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 21 mei 2021, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

De rechtbank overweegt dat eiseres illegaal via Italië Nederland is binnengekomen en dat Italië als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen. De fictieve aanvaarding van de overnameclaim door Italië stond vast op het moment van het bestreden besluit, ook al was er nog geen formeel claimakkoord. De persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder haar moeizame reis en de aanwezigheid van haar verloofde in Nederland, leiden niet tot een andere beoordeling. De artikelen 9 en 16 van de Dublinverordening zijn niet van toepassing.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.6984
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 6 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL21.6985, plaatsgevonden op 21 mei 2021. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

Niet in geschil is dat eiseres het grondgebied van de lidstaten is binnengekomen door illegaal de grens met Italië over te steken. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat op grond daarvan Italië als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen. Met de fictieve aanvaarding van de overnameclaim stond de verantwoordelijkheid van Italië vast op het moment dat verweerder het bestreden besluit nam. De omstandigheid dat er nog geen claimakkoord lag ten tijde van het voornemen is hiervoor niet van belang.
Voor zover eiseres vraagt om behandeling van haar asielverzoek in Nederland omdat haar verloofde hier zou verblijven, heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd uiteengezet dat artikel 9 van Pro de Dublinverordening [1] noch artikel 16 van Pro de Dublinverordening van toepassing is in het geval van eiseres.
3. Eiseres heeft verder gewezen op haar moeizame reis vanuit haar land van herkomst Eritrea, via Soedan, Libië en Italië naar Nederland. Verweerder heeft in de door eiseres aangevoerde persoonlijke omstandigheden echter geen aanleiding hoeven zien om de aanvraag onverplicht inhoudelijk te behandelen met toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2021 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013