ECLI:NL:RBDHA:2021:60
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijf bij meerderjarige zoon wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw woonachtig in Qatar, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij haar meerderjarige zoon, die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat er wel degelijk sprake is van een sterke emotionele band en financiële steun, en dat haar verblijf in Qatar onzeker is. De rechtbank overwoog dat het bestaan van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie een feitelijke kwestie is, waarbij samenwoning en eerdere financiële ondersteuning niet automatisch voldoende zijn. De medische situatie van de zoon en het feit dat de scheiding niet vrijwillig was, veranderden hieraan niets.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht de aanvraag heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en niet aan de Gezinsherenigingsrichtlijn, aangezien eiseres als ouder van een meerderjarig kind geen rechten aan deze richtlijn kan ontlenen. Ook het ontbreken van een hoorplicht in bezwaar was terecht, omdat er geen twijfel bestond over de beslissing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met haar zoon.