ECLI:NL:RBDHA:2021:5877
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor Greenpeace zeevarenden tegen inreisverbod
Verzoekers, werkzaam als zeevarenden op het Greenpeace-schip, werden de toegang tot Nederland geweigerd op grond van het algemene inreisverbod vanwege de coronapandemie. Zij stelden dat zij onder de uitzondering voor zeevarenden vallen en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om aan wal te mogen gaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet zonder meer duidelijk is dat verzoekers niet onder de uitzondering voor zeevarenden vallen, mede omdat het schip geen commercieel jacht of pleziervaartuig is, maar wordt ingezet voor milieuonderzoek en campagnedoeleinden. Het beleid van de overheid en de Koninklijke Marechaussee was onvoldoende transparant en hield geen rekening met de bijzondere situatie van het Greenpeace-schip.
De belangenafweging wees uit dat het belang van verzoekers om aan wal te mogen zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving van het inreisverbod. Verzoekers waren negatief getest en verbleven in quarantaine aan boord. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waarbij de bestreden besluiten werden geschorst tot vier weken na de beslissing op het administratief beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de toegangsweigering tegen Greenpeace zeevarenden geschorst tot vier weken na beslissing op het administratief beroep.