ECLI:NL:RBDHA:2021:5783

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juni 2021
Publicatiedatum
7 juni 2021
Zaaknummer
21/1915
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht bij weigering schadevergoeding geweldsmisdrijf

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de gemeente Noordwijk inzake de weigering van een vergoeding uit het Schadefonds geweldsmisdrijven. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb zonder zitting uitspraak gedaan.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres slechts een deel van het griffierecht van € 360,- heeft betaald, namelijk € 36,-, en dat dit niet tijdig en niet volledig was. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht haar niet is toe te rekenen, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor is het beroep niet inhoudelijk behandeld.

De reeds betaalde griffierechtbijdrage van € 36,- zal worden teruggestort. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden aangetekend bij de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet volledig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 21/1915

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van
27 januari 2021.
Bij aangetekende brief van 14 april 2021 is eiseres eraan herinnerd dat zij griffierecht moet betalen (de herinnering). Uit informatie van PostNL is gebleken dat de herinnering op
20 april 2021 is afgehaald van de afhaallocatie.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van Pro de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 360,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.
3. In de herinnering is eiseres er nog eens op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet zijn betaald en dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiseres heeft het griffierecht niet volledig betaald. Immers, in de onderhavige procedure is een griffierecht van € 360,- verschuldigd. Eiseres heeft een bedrag van € 36,- betaald. Dat dit eiseres niet is toe te rekenen, is niet gebleken.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Het wel door eiseres betaalde bedrag van € 36,- zal worden teruggestort.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, rechter, in aanwezigheid van
F.J. Leegstraten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van Pro de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.