ECLI:NL:RBDHA:2021:5738
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake faciliteit terugkeer voor gehoor in Nederland
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen. Tijdens de bezwaarprocedure vroeg verzoeker om een voorlopige voorziening om zijn terugkeer naar Nederland te faciliteren voor een gezamenlijk gehoor met zijn familie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de weigering om terugkeer te faciliteren geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dus niet appellabel is. Ook is deze weigering niet gelijk te stellen aan een feitelijke handeling die bezwaar of beroep mogelijk maakt. Verzoeker kan zijn bezwaar richten tegen het nieuwe besluit dat nog genomen moet worden.
De voorzieningenrechter verwijst naar eerdere uitspraken waarin de feitelijke uitzetting van verzoeker naar Egypte niet onrechtmatig werd bevonden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de weigering om terugkeer te faciliteren geen appellabel besluit is.