Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
(de rechtbank begrijpt: de verdachte). Hij zag dat [verdachte] iets uit zijn zak pakte. Vervolgens voelde hij een scherp voorwerp in zijn nek prikken. Hij hoorde [verdachte] zeggen: “Je gaat geen alarm indrukken, anders snij ik je open”. [verdachte] pakte een riem en deed deze over zijn, [slachtoffer] ’s, hoofd heen. Ze liepen naar buiten
(de rechtbank begrijpt: vanuit de cel naar de cellengang). [slachtoffer] voelde dat [verdachte] de riem strak trok. Het steekvoorwerp zat nog steeds op zijn keel. Hij zag dat zijn collega [naam 1] , samen met medegedetineerden, op [verdachte] sprong. In de worsteling die volgde, voelde hij een prik in zijn nek. Toen hij los kwam uit de worsteling, zag hij dat hij bloed verloor. Hij heeft aan het incident onder meer een steekwond in zijn nek overgehouden. [2]
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )stond en dat hij een riem om de nek van [slachtoffer] had gebonden. Hij zag dat de punt van het steekvoorwerp in de nek van [slachtoffer] werd gedrukt en zag een lichte bloeding in de nek. Vervolgens is [naam 1] met collega’s en overige gedetineerden op [verdachte] gesprongen om hem te ontzetten. [3]
forensisch onderzoekverricht in de PI Alphen aan den Rijn. De verbalisanten zagen dat er voor celdeur 14 verschillende bloedspoorpatronen op de vloer aanwezig waren. Tussen de bloedspoorpatronen lagen goederen, waaronder een broekriem en een scherp voorwerp. Ze zagen dat het steekwapen bestond uit een hotelporseleinen scherf, met daaromheen een lege closetrol en een plastic zak gewikkeld, en dat het scherpe uitstekende deel bebloed was. [6]
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
8 (acht) maanden;
terbeschikkingstellingvan verdachte;
van overheidswege zal worden verpleegd;
€ 6.047,50en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 april 2020 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer] ;
tot betaling aan de Staatvan een bedrag van € 6.047,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 april 2020 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] ;
65 (vijfenzestig) dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;